Het net zit vol. De stroom is op.
- Jan Willem Zwang
- 2 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Het net zit vol, de stroom is op. Twee kreten die lekker klinken, maar weinig uitleggen. Want nee: de stroom is niet op.
En nee: het elektriciteitsnet zit ook niet permanent “vol”. Het echte probleem is dat op bepaalde plekken en op bepaalde momenten méér elektriciteit gevraagd of aangeboden wordt dan de kabels en stations daar op dat moment aankunnen.
Netcongestie is dus geen energietekort, maar een capaciteitsprobleem. Een file op het net.
Dat betekent ook dat niet heel Nederland op slot zit. En niet iedere woning, ondernemer of verduurzamingsplannen stranden automatisch door congestie. Het hangt af van locatie, tijdstip, aansluitgrootte en verbruiksprofiel. Wie dat onderscheid niet maakt, maakt het probleem groter dan het is.
In Utrecht ontstond deze week veel ophef over een aangekondigde aansluitstop. Begrijpelijk. Maar ook logisch vanuit systeemoptiek. Netbeheerders reserveren bij nieuwe aansluitingen altijd ruimte voor groei van bestaande klanten en nieuwe kleinverbruikers. Die extra marge is in delen van Utrecht nu opgebruikt. Dan moet er worden gestuurd. Dat gebeurt overigens al volop. En Utrecht is slechts het begin...

Zonne- en windparken worden op piekmomenten tijdelijk beperkt tegen vergoeding. Laadpalen in Utrecht laden in winteravonden niet overal meer op vol vermogen. Grootverbruikers krijgen tijdafhankelijke transporttarieven zodat zij worden beloond als zij buiten piekuren afnemen. Over het eerste halfjaar van 2025 leidde dat al tot aantoonbare verschuiving van verbruik.
Helaas is dit nog onvoldoende en moet er meer flexibiliteit worden ontsloten om congestie te verzachten zolang de netten niet verzwaard zijn. Op regionaal netbeheerdersniveau worden ook tijdafhankelijke tarieven ingevoerd. Alhoewel niet iedereen zijn gedrag c.q. elektriciteitsverbruik aan kan passen, is de verwachting dat de invoering wel effect zal sorteren. Afhankelijk van de tariefhoogte in de verschillende tijdmomenten, zal invoering nauwelijks of juist veel impact hebben.

Met andere woorden: flexibiliteit is geen toekomstmuziek meer, maar dagelijkse praktijk.
Ook huishoudens gaan dit merken. Vanaf 2027, wanneer salderen stopt, zullen veel consumenten met dynamische contracten hun gedrag aanpassen. Laden wanneer stroom goedkoop is. Terugleveren wanneer het loont. Zonnepanelen tijdelijk uit bij negatieve prijzen. Thuisbatterijen en slimme sturing worden daarmee economisch interessanter én maatschappelijk nuttiger.
Day-aheadprijzen zoals vandaag en morgen dragen hun steentje hier zeker aan bij.

Maar er schuilt ook een risico. Gemeenten roepen inwoners nu op alvast verzwaring aan te vragen “voor het geval dat”. Begrijpelijk, maar als iedereen capaciteit claimt die nog niet nodig is, verergeren we juist de schaarste.

De oplossing zit daarom niet alleen in meer kabels, transformatoren en stations. Die zijn hard nodig, maar kosten jaren. De echte versnelling zit óók in slimmer gebruik van het net dat we vandaag al hebben.
Wie blijft roepen dat alles vastloopt, kijkt achteruit. Wie flexibiliteit organiseert, kijkt vooruit.


Opmerkingen