LI-62B01EBEECF13 LI-62B01EBEECF13
 

Historisch weekend voorproefje op de ontwikkeling van de spotprijzen

Het is een mooi weekend. De zon schijnt met regelmaat en het waait af en toe. Heerlijk wandelweer.


Op LinkedIn zijn veel partijen druk met het weer. Althans, met de gevolgen ervan. De een na de ander roept op vanmiddag de auto te laden of de wasmachine aan te zetten. En dan het liefst tussen twaalf en één uur ’s middags, want dan krijg je wel 22 cent betaald, ex BTW, ex energiebelasting en ex Opslag Duurzame Energie.


Gelukkig weten de meeste van mijn lezers dat dit niet het geval is. Om te profiteren van negatieve uurprijzen heb je namelijk een uurprijscontract nodig. Daarnaast verschilt het dan per energiebedrijf hoeveel je daadwerkelijk betaald krijgt wanneer je tijdens die uren met negatieve uurprijzen je verbruik maximaliseert. Maar hier ga ik het nu niet over hebben.


Historische dag

Vandaag is een historische dag. Vandaag is namelijk de eerste dag in de geschiedenis van de APX c.q. EPEX-Spot dat een negatieve uurprijs in absolute zin hoger is dan een positieve uurprijs in dezelfde dag. De laagste prijs is namelijk € 222,36 per MWh negatief en de hoogste prijs is “slechts” € 195,20 per MWh positief. Een spread van € 417,56 per MWh maar dit is dan toevallig geen record.


2022 is een bijzonder jaar. Sowieso zijn de energieprijzen niet eerder structureel zo hoog geweest als nu. Dit maakt het extra bijzonder dat we dit jaar, tot en met 24 april en dus pas 2.736 uur van de 8.760 onderweg, al meer negatieve waarde hebben gerealiseerd dan in 2020 en 2021.


Ontwikkeling negatieve uurprijzen

In 2020 werden 97 uren met negatieve prijzen gerealiseerd, samen € 928,20 negatief. In 2021 werden 70 uren met negatieve prijzen gerealiseerd, samen € 1.037,46 negatief.

In 2022 werden pas 29 uren met negatieve prijzen gerealiseerd, maar samen wel een negatieve waarde van € 1.480,06. En dit in tijden van ongekend hoge prijzen voor energie.


Onderstaande grafiek toont zowel de ontwikkeling van de negatieve uren tijdens de jaren 2020, 2021 en 2022 als de negatieve waarde die daarmee gepaard gaat.

De grafiek toont duidelijk aan dat er nu al veel meer negatieve waarde is gerealiseerd dan in 2020 en 2021 terwijl er nog geen vier maanden van het jaar zijn verstreken. Vanaf 24 april is het aantal negatieve uren in 2020 gestegen van 42 naar 97 en de negatieve waarde verdubbeld van € 481,02 naar € 928,20. In 2021 is het aantal negatieve uren gestegen van 22 op 24 april naar 70 op 31 december en de negatieve waarde bijna verdrievoudigd van € 381,10 naar € 1.037,46. Dit belooft dus nog wat voor 2022.


Waardedaling zonne- en windenergie wordt gemaskeerd

De huidige hoge prijzen maskeren veel effecten van de energietransitie.


Eigenaren van zonne- en windparken verdienen momenteel bakken met geld doordat er nog steeds een groot beroep wordt gedaan op fossiele opwek. En fossiele opwek is momenteel harstikke duur. Doordat alle aangeboden opwek tegen een lage(re) prijs de prijs ontvangt van de laatste MWh waarmee de vraag wordt gematcht, profiteren zonne- en windenergie enorm van de hoge fossiele energieprijzen.


Hierdoor wordt gemaskeerd dat zonne- en windenergie steeds minder waard wordt. Immers, wanneer de vraag laag is, worden de uren waarin veel zonne- en windenergie wordt opgewekt, deze lage vraag gematcht tegen negatieve prijzen. Dit weekend, waarin veel mensen van de meivakantie gaan genieten, geeft daarom een mooi voorproefje op de ontwikkeling van de spotprijzen.


In de toekomst gaat dit veel vaker voorkomen. In eerste instantie in weekenden, op feestdagen en in vakanties. Maar daarna ook steeds vaker op doordeweekse dagen. Tenminste, wanneer we erin slagen onze energiehuishouding verder te verduurzamen door verbruik te verminderen en minder afhankelijk te worden van gas en kolen.

2.119 weergaven1 opmerking