LI-62B01EBEECF13 LI-62B01EBEECF13
 

Duurzaam drukt de prijs, maar de vraag leidt

Afgelopen weekend was een historisch weekend: voor het eerst werd in bepaalde uren meer zonne- en windenergie geproduceerd dan we nodig hadden in die uren én de absolute waarden van meerdere negatieve uurprijzen waren hoger dan absolute waarden van de duurste uurprijzen.


Dat hernieuwbare opwek de prijs drukt, is al jaren bekend.


Sinds we in 2020 opeens geconfronteerd werden met meerdere negatieve uurprijzen, sloeg opeens iedereen aan: er is iets aan de hand. Dat klopte ook: door COVID19 en de lockdowns was het verbruik lager dan normaal. Het was heerlijk zonnig weer en zie daar: negatieve uurprijzen.


Ook in 2021 waren er negatieve uurprijzen. Minder dan in 2020 terwijl er meer elektriciteit uit zon en wind werd geproduceerd. Toch was het logisch: de economie trok aan, er werd meer verbruikt en door het niet vullen van de gasvoorraden liepen de prijzen van gas en kolen op. Hierdoor werd de elektriciteitsproductie duurder en waren er minder uren met negatieve prijzen.


Dit jaar begon goed: in de nacht van 2 op 3 januari werden de eerste uren met negatieve prijzen genoteerd. En dat in een periode dat de energieprijzen hartstikke hoog waren. Dat zijn ze nog steeds, maar toch hadden we afgelopen weekend dus die extreme, niet eerder vertoonde lage energieprijzen.


De ene geleerde na de andere geleerde valt over elkaar heen om de oorzaak van de negatieve uurprijzen aan te geven: hernieuwbare opwek. En uiteraard: hernieuwbare opwek drukt de prijs. Maar de prijs wordt vooral bepaald door de vraag.


Dit blijk wel uit onderstaande tabellen.

Wanneer we kijken naar de negatieve prijzen van afgelopen weekend, zien we dat de loadforecasts (het verwachte verbruik) voor die twee dagen op nummer 1 en nummer 3 van de top 10 staan voor dit jaar tot en met 26 april.


Wanneer we naar de forecasts voor de hernieuwbare productie uit zon en wind kijken, zien we dat alleen afgelopen zaterdag in de top 10 staat en ‘slechts’ op plek nummer 8. Sterker nog, wanneer we verder in de hernieuwbare productie en de uurprijzen duiken, zien we dat de nummers 1 tot en met 7 niet eens negatieve uurprijzen hebben. Alleen op 19 februari waren er drie uren met een prijs van nul euro.


Nu is het pas eind april en de echt zonnige maanden, enkele feestdagen én de vakantieweken komen er nog aan. Er komen dus nog genoeg uren met negatieve prijzen.

Mijn vorige column over afgelopen weekend leverde behoorlijk wat reacties op. In die column schreef ik dat de huidige hoge prijzen de waardeval van zonne- en windenergie maskeert. Vooral op LinkedIn kwamen hierop veel reacties.


Bijvoorbeeld dat groene waterstofproductie zorgt voor hogere prijzen ‘omdat groene waterstof geproduceerd wordt met lage prijzen’.


Op de day-ahead-markt werkt dit dus niet zo: wanneer je aangeeft waterstof te gaan produceren, vraag je elektriciteit en verhoog je de prijs omdat de vraagcurve opschuift. Wanneer je je waterstof met eigen hernieuwbare opwek gaan produceren, biedt je dat volume niet aan op de markt en verschuift de aanbodcurve en verhoog je de prijs. Dus ja, groene waterstofproductie zorgt voor hogere elektriciteitsprijzen maar groene waterstof profiteert niet (volledig) van lage elektriciteitsprijzen.


Vraagstijging door de toename van elektrische auto’s en warmtepompen werd ook genoemd. Beide zorgen voor een hogere vraag en leiden dus tot hogere prijzen. Helemaal eens. Maar probeer je warmtepomp maar eens op je zonne-energie te laten draaien. Zonder batterij (die groot genoeg moet zij) lukt dat niet omdat ze een volledig tegenovergesteld profiel hebben. En dan de elektrische auto. Zorg maar dat ie aan de paal staat wanneer de zon schijnt en dus niet ‘s nachts. En dat je accu altijd vol is wanneer je weg moet. Ook nu zullen weer voldoende reacties komen waarin gesteld wordt dat je slim kunt laden (is ook zo) of dat een batterij van 23 kWh maar € 2.300,- kost wanneer je hem zelf installeert ‘en de cellen gratis krijgt’ (kleinigheidje).


Het punt is echter wel de groei van hernieuwbare opwek leidt tot meer negatieve uurprijzen. Zelfs bij de hoge prijsniveaus van nu. Maar wel in combinatie met lage verbruiken want op de helft van de top 10 dagen met laagste verbruiken, hadden 5 dagen negatieve uurprijzen en 1 dag prijzen van nul euro.


Het is in ieder geval niet zo makkelijk als het lijkt om altijd maar te zeggen dat we zoveel elektriciteit hernieuwbaar opwekken dat de prijs negatief is. De gas- kolen- en CO2-prijzen spelen namelijk ook een belangrijke rol.

Het aantal keren dat de prijzen niet negatief waren bij veel elektriciteit uit zon en wind, is ook vele malen hoger dan het aantal keren dat de prijzen wél negatief waren bij veel wind en zo.


Maar wanneer er weinig vraag naar elektriciteit is, zijn er al snel negatieve uurprijzen. Ook met weinig wind en zon...



375 weergaven0 opmerkingen